Stel cookie voorkeur in

Didactische huisstijl

Met de didactische huisstijl bedoelen we: hoe geven wij les, hoe organiseren we ons onderwijs, hoe is een klaslokaal ingericht enz.

N.B. Alles wat te maken heeft met leerlingenzorg, vindt u hier.

Onze didactische huisstijl kenmerkt zich door een aantal herkenbare 'ingrediënten'. Hieronder volgt een opsomming met korte omschrijvingen. Meer informatie vindt u in de schoolgids, die is te downloaden via onze downloadpagina.

Jaarklassensysteem

Wij maken groepen op basis van de leeftijd van kinderen, m.a.w. kinderen zitten met leeftijdgenootjes in de groep. Dit noemt men het jaarklassensysteem. Wij werken met 8 klassen: klas 1, klas 2, klas 3 enz. Dat betekent niet dat wij ook 8 groepen hebben: soms zitten klassen bij elkaar in een zgn. combinatiegroep. Kleuters zitten altijd in een gecombineerde groep: groep 1-2.

Convergerende differentiatie

Bij convergente differentiatie is er een minimumdoel voor de groep als geheel. Alle leerlingen doen mee aan de  klassikale instructie. Daarna gaan de kinderen de leerstof zelfstandig verwerken, zodat de leerkracht tijd heeft om de zwakke leerlingen verlengde instructie te geven. Voor de meer- en hoogbegaafde kinderen is er verdiepingsstof.

Convergente differentiatie heeft hoge verwachtingen van zorgleerlingen. Zij worden niet bij voorbaat opgegeven of op een eigen leerlijn gezet. Immers, het nadeel van een eigen leerlijn is dat de instructietijd voor de zorgleerlingen relatief kort is, terwijl convergente differentiatie de instructietijd voor deze leerlingen juist verlengt. Bij convergente differentiatie is de klas in drie niveaus verdeeld

  • de basisgroep
  • de instructiegroep: kinderen die extra ondersteuning nodig hebben
  • de plusgroep: kinderen die extra uitdaging nodig hebben

Instructie volgens het IGDI-model

Alle leerkrachten maken gebruik van het zgn. IGDI-model. IGDI staat voor: interactieve, gedifferentieerde, directe instructie. Instructie betekent: uitleg geven, iets nieuws aanleren.

In elke les zie je de volgende fasen:

  1. Start les
  2. Presentatie / interactieve groepsinstructie
  3. Begeleide inoefening
  4. Zelfstandig toepassen / verlengde instructie
  5. Feedback…
  6. Afsluiting

Inrichting klaslokaal

In de kleuterklassen hebben alle kinderen een eigen stoeltje. Verder zijn er werktafels en hoeken ingericht waar de kinderen aan de slag kunnen. De kinderen beginnen altijd in de kring.

Vanaf groep 3 hebben de leerlingen elk een eigen stoel én tafel. Het uitgangspunt is dat de tafeltjes in groepjes van 4 of 5 bij elkaar staan om samenwerken te bevorderen. Soms wijken we hiervan af, met name als blijkt dat dit kinderen erg afleidt.

In elk lokaal hangt een digitaal schoolbord  (ActivBoard of touchscreen). Daarnaast zijn er whiteboards en prikborden.

Wij werken vanaf groep 3 met een zgn. instructietafel. Aan de instructietafel kan de leerkracht met een klein groepje leerlingen aan de slag (bijv. verlengde instructie geven), terwijl de andere kinderen met hun eigen werk bezig zijn aan hun tafeltje.

ICT

ICT is een middel dat we inzetten bij het leren.

  • Oefensoftware.
  • Communicatie.
  • Internet.
  • Tekstverwerking.
  • Presenteren.

Kinderen moeten een aantal digitale vaardigheden beheersen, o.a. de basishandelingen in een besturingssysteem (openen en opslaan van bestanden, bestandsbeheer, …), tekstverwerken, presentatiesoftware gebruiken, zoeken op het internet.

Daarnaast moeten kinderen mediawijs zijn. Zij moeten de vele kansen en mogelijkheden van internet en sociale media kunnen benutten, maar zich tegelijkertijd bewust zijn van de risico’s die daarbij horen.

Coöperatieve werkvormen

Leren doe je met en van elkaar. Coöperatieve werkvormen zijn korte samenwerkingsopdrachten die erop gericht zijn alle kinderen in de actieve  stand te zetten. Er bestaan veel coöperatieve werkvormen, wij hebben er drie uitgekozen die we vaak gebruiken.

Denken-delen-uitwisselen
= alleen denken, samen delen, uitwisselen met de groep.

Duo’s
= tweetallen maken om de beurt een opgave waarbij ze elkaar helpen.

Om de beurt
= tweetallen krijgen een open vraag waarop ze om-de-beurt antwoord geven.

GIP

‘GIP’ staat voor: Groeps- en Individueel gericht Pedagogisch en didactisch handelen. Het is een model dat de leerkracht extra ruimte biedt voor individuele aandacht aan leerlingen die dat nodig hebben, maar het is ook een instrument dat de leerling stimuleert om:

  • zelfstandig te leren plannen en werken,
  • taken beter te overzien,
  • beter om te gaan met uitgestelde aandacht,
  • beter om te gaan en samen te werken met andere kinderen.

Wij gebruiken een aantal elementen uit GIP. De meest in het oog springende zijn:

  • het gebruik van het ‘vraag-blokje’,
  • de leerkrachten lopen geregeld een vast rondje door de klas (een startronde om te checken of iedereen de opdrachten heeft begrepen en aan het werk kan, hulprondes).

Taakspel

Wij hechten een groot belang aan een goede werkhouding. Daarvoor zetten wij Taakspel in. Taakspel is een aanpak waarvan wetenschappelijk is bewezen dat het werkt.

Het doel van Taakspel is dat onrustig en storend gedrag afneemt. Hierdoor kunnen de leerlingen en de leerkracht efficiënter en taakgerichter werken. De nadruk ligt op het gewenste gedrag en de leerlingen zijn verantwoordelijk voor hun eigen gedrag.

Meer informatie over Taakspel kunt u van de leerkracht krijgen. Er is ook een website waarop veel informatie is te vinden: www.taakspel.nl.