Stel cookie voorkeur in

Inhoud van ons onderwijs

Methodes

Wij werken voor de meeste vakken met een lesmethode.

Voordelen van het werken met een methode:

  • Er zijn weldoordachte leerlijnen, uitgewerkt door specialisten in hun vakgebied.
  • Elke methode die wij gebruiken, voldoet aan de kerndoelen.
  • Methodes werken efficiënt, leerkrachten hoeven niet alles zelf te bedenken.
  • In een methode is vaak gedifferentieerd aanbod uitgewerkt.
  • Bij moderne methodes zit prima software die aansluit op de drie instructieniveaus.
  • Methodes bieden een duidelijke opbouw en structuur.

Nadelen met methode:

  • Een methode sluit niet altijd goed aan bij de belevingswereld van het kind.
  • Voor een aantal kinderen biedt de methode geen passende oefenstof.
  • Leerkrachten worden onvoldoende uitgedaagd om zelf lessen te ontwerpen.

Om de nadelen zoveel mogelijk op te heffen, hebben wij een aantal intenties uitgesproken die we gedurende deze schoolplanperiode (2015-2019) uitwerken:

  • De methode is voor ons een leidraad.
  • Leerkrachten kennen de methode goed en weten welke lessen ze kunnen weglaten, aan welke onderwerpen ze extra tijd moeten besteden enz. Daarbij houden ze altijd rekening met de groep. Dit doen we al vele jaren!
  • Leerkrachten passen lessen aan, zoeken andere oefenstof, gebruiken filmpjes, zetten alternatieve werkvormen in enz. Dit doen we al vele jaren!
  • Soms laten we de methodes los en werken we meer thematisch, met inbreng van de vragen die kinderen hebben. Zo sluiten we beter aan op de belevingswereld van de kinderen en leggen we dwarsverbanden tussen de verschillende vakgebieden. Deze manier van werken is nieuw voor ons en hierin worden we begeleid door deskundigen van de OBD Noordwest. Zie ook het volgende hoofdstukje.

Speerpunten in ons onderwijs

Taal is de basis van al het leren!

  • technisch lezen: de techniek van het lezen, het kunnen ‘ontcijferen’ van teksten
  • begrijpend lezen: begrijpen wat je leest, kunnen samenvatten
  • woordenschat: in alle klassen werken we met een woordenschatmuur waaraan we dagelijks aandacht besteden

Sociale vaardigheden

Je moet je op een fatsoenlijke en krachtige manier staande kunnen houden in de wereld.

Kennis van de wereld waarin we leven

Bestond vroeger de wereld uit het dorp waarin je leefde, nu ligt de hele wereld voor je open. Dat vraagt om kennis en vaardigheden om hierin je weg te vinden.

Rekenen

Rekenen en wiskunde bevorderen o.a. het logisch denken. Daarnaast is rekenen een basisvaardigheid die je in het dagelijks leven elke dag gebruikt.

Onderzoekend leren en 21st century skills

Leven en werken in de 21ste eeuw vraagt om een focus op vaardigheden die voorheen wellicht minder ‘in the picture’ stonden.

  • Wij vinden dat kinderen echt wel een bepaalde basiskennis (‘parate kennis’) moeten hebben, maar in onze huidige samenleving moeten zij ook kunnen omgaan met de massa aan informatie die op hen afkomt.
  • We willen dat kinderen de nieuwsgierigheid en de gretigheid om te leren, die kleuters hebben, vasthouden.
  • We willen dat kinderen leren samenwerken en problemen oplossen.
  • Enz.

U ziet een overzicht van de zgn. 21st century skills in het model hiernaast.

Wij gaan, onder begeleiding van de OBD Noordwest en samen met vele andere scholen van Surplus, ons toeleggen op het zgn. onderzoekend leren.

In plaats van de lesboeken open te slaan en te kijken wat er vandaag op het programma staat, gaan we binnen een thema op zoek naar allerlei dwarsverbanden. We nodigen de kinderen uitdrukkelijk uit om met hun eigen vragen te komen en… zelf op zoek te gaan naar de antwoorden. Daarbij komen de 21st century skills goed van pas!

Hoe ziet dat er dan uit?

Stel, je neemt als uitgangspunt een lessenreeks uit de geschiedenismethode: leven in de middeleeuwen. Daarin komen allerlei onderwerpen aan bod die bij kinderen vast allerlei nieuwe vragen oproepen. Hieronder vindt u een stukje uit de samenvatting van een lessenreeks uit een geschiedenismethode.

De schuin gedrukte vragen zijn vragen die kinderen zichzelf kunnen stellen en waarmee ze op onderzoek gaan. Soms zullen ze iets moeten opzoeken, soms zullen ze iemand moeten interviewen, misschien kunnen ze een deskundige uitnodigen in de klas, misschien is het handig om iets zelf uit te zoeken door een proefje te doen enz.

 

De adel bestaat in de middeleeuwen uit de koning, de heren en de ridders. Karel de Grote is een bekende koning. Hij is de baas van de Franken. Hoe wordt ons land nu geregeerd? Wie is onze koning en wat doet hij precies? Waren er toen dezelfde landen als nu? Hij leent stukken land aan zijn heren en ridders. Zij zijn de leenmannen van de koning. Hoe is ons land nu verdeeld? Wat is de rol van het provinciebestuur? Mensen van adel wonen in een kasteel. Op de binnenplaats staat een waterput. Hoe werkt een waterput? Hoe komt er water in een waterput? Is water uit een waterput wel drinkbaar? De wc van het kasteel heet het gemak. Dit hokje steekt uit de buitenkant van de kasteelmuur. Poep en plas vallen zo in de gracht. Waar gaat onze poep en plas naartoe? Wanneer is de WC uitgevonden? Mensen van adel houden van jagen. Waarop gingen ze jagen? Welke dieren leefden er toen? Waarop wordt er nu gejaagd? Mag je zomaar het hele jaar op alle dieren jagen? Ze houden ook van feesten. Ze nodigen vaak een minstreel uit op hun feesten. Welke feesten vieren wij nu nog? En welke feesten zijn ‘nieuw’? Welke muziek maakten de mensen op feesten? Welke kleren droegen ze op feesten?

 

Werkend vanuit dit geschiedenisthema kunnen de kinderen met vragen komen die raakvlakken hebben met:

  • burgerschapsvorming (bijv. Hoe wordt ons land nu geregeerd?)
  • topografie (bijv. Waren er toen dezelfde landen als nu?)
  • aardrijkskunde (bijv. Welke gewassen verbouwden de mensen in de middeleeuwen?)
  • wetenschap en techniek (bijv. Hoe komt er water in een waterput?)
  • kennis der natuur (bijv. Welke dieren leefden er toen?)
  • geestelijke stromingen (bijv. Welke feesten vieren wij nu nog? En welke feesten zijn ‘nieuw’?)