Stel cookie voorkeur in

Leerlingenzorg

Organisatie van de ondersteuning

Het systematisch doorlopen van de stappen van planmatig werken (signaleren, analyseren, uitvoeren en evalueren) wordt de zorgstructuur genoemd. Op onze school wordt deze cyclus doorlopen door middel van de plenaire evaluaties van de Cito-toetsgegevens en trendanalyses (in februari en juni/juli), groepsbesprekingen (4 keer per jaar), plenaire leerlingbesprekingen, intervisiebijeenkomsten en OT-bijeenkomsten.

De intern begeleider

De intern begeleider (kortweg de IB'er genoemd) heeft als taak de stappen in dit proces te coördineren. De IB'er is de spin-in-het-web van de leerlingenzorg.

Maaike Bak is onze IB'er. Zij voert geregeld overleg met de leerkrachten, de directeur en neemt deel aan haar eigen IB-netwerken.

De drie niveaus van zorg

De leerkracht geeft een afgestemd aanbod aan alle kinderen en geeft deze begeleiding op basis van de signaleringsgegevens (methode-afhankelijke toetsen, observaties en leerlingvolgsysteem (Kijk!, Cito)) die met de intern begeleider zijn besproken. Voor alle kinderen wordt de onderwijsbehoeften geformuleerd en in op de didactische stamkaart opgenomen. De kinderen worden geclusterd in instructie-onafhankelijke (plusgroep), instructiegevoelige (basisgroep) en instructie-afhankelijke (instructiegroep) groepen. Deze groepen worden in het groepsplan opgenomen.

Niveau 1a: Basisondersteuning (regulier aanbod basisgroep)

De leerkracht geeft kwalitatief goed onderwijs aan haar/zijn groep leerlingen, speelt daarbij in op onderwijsbehoeften van leerlingen.

De leerkracht evalueert de gegeven ondersteuning met de intern begeleider tijdens de groepsbespreking en gaat na of het aanbod het beoogde effect heeft gehad.

Indien de ontwikkeling van leerlingen daartoe aanleiding geeft, gaat de leerkracht over tot afgestemd aanbod
(niveau 1b).

Niveau 1b: basisondersteuning (regulier aanbod plusgroep en instructiegroep)

Kinderen die niet binnen de basisgroep vallen, krijgen binnen het groepsplan extra begeleiding op basis van de signaleringsgegevens. Dit geldt in ieder geval voor kinderen die bij de CITO-toets een IV of V scoren en voor kinderen die I+ scoren. Voor zover de handleiding van de methode hierin niet voorziet, wordt de omschrijving van dit aanbod vastgelegd in de dag/weekplanning in de klassenmap, evenals het verloop en de evaluatie.

De leerkracht evalueert de gegeven hulp met de intern begeleider en gaat na of het speciale aanbod effect heeft. Op grond van deze evaluatie nemen de leerkracht en de intern begeleider een voortgangsbeslissing. Mogelijk komt fase 1c in beeld.

Niveau 1c: Speciale zorg na intern overleg/onderzoek

Leerlingen die ondanks de geschetste ondersteuning onvoldoende succesvol blijven, worden besproken in het onderwijsondersteuningsteam (OT) van de school. Het OT bestaat uit de directeur, de intern begeleider, een orthopedagoog, leerkracht en eventueel aangevuld  met één of meer externe deskundigen. Ook ouders worden altijd uitgenodigd om deel te nemen aan deze bespreking.

Als al niet eerder gestart is, dan wordt in ieder geval m.i.v. deze fase het groeidocument van het samenwerkingsverband gehanteerd.

Het OT kent doorgaans een vaste procedure van inbreng. De bespreking kan leiden tot:

  • een verdere intensivering of aanpassing van de al geboden ondersteuning;
  • gerichte ondersteuning in of buiten de groep door inzet van  de ondersteuningsformatie waarover de school beschikt;
  • het uitvoeren van handelingsgericht / psychodiagnostisch onderzoek,
  • een overgaan naar niveau 2 van zorg

Niveau 2: extra ondersteuning

Wanneer er door een OT geen mogelijkheden meer in het kader van basisondersteuning gezien worden, verhuist het groeidocument (dossier) naar het OTG (ondersteuningsteam van de scholengroep) met de vraag een arrangement voor extra ondersteuning toe te kennen. Het OTG bestaat uit een ervaren en onafhankelijke orthopedagoog en drie intern begeleiders uit verschillende scholengroepen. Het OTG kan vijf mogelijke arrangementen toekennen:

  • Diagnostisch (geen regulier onderzoek maar specialistisch, bijv. logopedie )
  • Begeleidingsarrangement (coaching van de leerkracht)
  • Onderwijsarrangement
  • Jeugdzorgarrangement
  • Combinatie van arrangementen

Het OT kan zich ook direct tot het CTO (Commissie Toelating Onderwijsvoorzieningen) wenden wanneer het van mening is dat een verwijzing naar  een speciale voorziening (diepteondersteuning) de meest voor de hand liggende optie is.

Niveau 3: diepteondersteuning (zeer speciale zorg: samenwerkingsverband en REC)

Op dit niveau  geldt dat een verwijzing naar één van de voorzieningen van het samenwerkingsverband de beste optie lijkt. De Commissie Toelating Onderwijsvoorzieningen (CTO) geeft in voorkomende gevallen Toelaatbaarheids­verklaringen (TLV) af zonder welke een leerling niet deel kan nemen aan  Speciaal Basisonderwijs (SBaO) of  Speciaal Onderwijs (SO).

De mogelijkheid tot deelname aan het Eureka-onderwijs (hoogbegaafden) wordt vastgelegd in een Toelatingsbesluit, ook af te geven door de CTO.

Voorzieningen van het samenwerkingsverband:

  • Speciaal Basisonderwijs (SBaO);
  • Plusklas;
  • ‘REC 3’: lichamelijk, geestelijk en meervoudig gehandicapten;
  • ‘REC 4’: kinderen met ernstige opvoedingsproblemen en psychiatrische problemen.

Speciaal onderwijs (SO):

  • REC 1: visueel gehandicapten;
  • REC 2: auditief gehandicapten en kinderen met spraak/taalmoeilijkheden.

 

Het bovenstaande is de beschrijving van de leerlingenzorg, mede op basis van de wijze waarop Passend Onderwijs in de Kop van Noord-Holland is georganiseerd. Alle info leest u in de schoolgids deel 3 (schoolondersteuningsprofiel). Download 'm van de downloadpagina!