Stel cookie voorkeur in

Kanjertraining

De Kanjertraining vraagt bepaald gedrag van kinderen, leerkrachten en andere volwassenen. De Kanjertraining hanteert als het ware een eigen taal; dat is de taal die we op school spreken.

Een wereld van vertrouwen: werken met de Kanjerpetten

Om in gesprek te gaan over gedrag bij kinderen maken we bij de Kanjertraining gebruik van petjes met vier verschillende kleuren. Zolang je handelt vanuit vertrouwen en op basis van wederzijds respect  zijn deze verschillen tussen mensen goed en waardevol. Wanneer je zo handelt, noemen we dat binnen de Kanjertraining dat je een drager bent van de witte pet. Je durft jezelf te zijn, je bent zelf te vertrouwen en durft ook anderen te vertrouwen. Kortom je bent een kanjer.

Je kunt een kanjer zijn op verschillende manier. Je kunt jezelf zijn in combinatie met de zwarte pet. Dan reageer je op een stoere manier. Je vertoont leiderschapsgedrag. Je kunt je grenzen aangeven. Je durft plannetjes te maken en bent ondernemend. Zolang naast de zwarte pet ook de witte pet van het vertrouwen aanwezig is, zullen deze kinderen zich op een hele positieve en krachtige wijze gedragen.

Je kunt ook een kanjer zijn in combinatie met de rode pet. Dan ben je vol levenslust. Je hebt een goed gevoel voor humor. Je bent optimistisch en je verstaat de kunst van het relativeren. Zolang naast de rode pet ook de witte pet van het vertrouwen aanwezig is, zullen deze kinderen op een hele positieve en opgewekte manier weten te reageren.

Je kunt ook een kanjer zijn in combinatie met een gele pet. Dan ben je vriendelijk, bescheiden en aardig. Zolang naast de gele pet ook de witte pet van het vertrouwen aanwezig is, zullen deze kinderen op een hele positieve en rustige manier weten te reageren.

De wereld van vertrouwen
tegenover de wereld van wantrouwen (‘straatcultuur’)

Wanneer ontstaan de echte problemen? Dat is wanneer de witte pet van het vertrouwen wegvalt. We vervallen dan in reacties die niet meer passen bij de cultuur van wederzijds respect. Het recht van de sterkste begint te gelden.

Voor de zojuist genoemde positieve eigenschappen komt dan het woordje ‘te’ te staan. Kinderen reageren dan te krachtig, te stoer en smeden plannen die ten kosten gaan van anderen. De vrolijke kinderen reageren nu te lollig met humor die ten koste gaan van een ander en/of zichzelf. Het gedrag is onvoorspelbaar, onbetrouwbaar, niet serieus te nemen en beledigend. De vriendelijke en bescheiden kinderen reageren nu angstig en te lief. Deze kinderen cijferen zichzelf helemaal weg en worden als het ware onzichtbaar. De eerste mept van de weeromstuit van zich af, de tweede maakt er een grap van en de derde geef het op.

Als het onderling vertrouwen wegvalt in een groep, dan is de kans groot dat verschillende kinderen zich depressief ontwikkelen.

(Leerkracht)gedrag dat bij de Kanjertraining hoort

Leerkrachten…

  • … werken aan een goede relatie met ieder kind.
  • … letten ook op het contact met de onopvallende kinderen.
  • … hebben aandacht voor elk kind.
  • … blijven altijd rustig en respectvol in taalgebruik en houding;
        ze blijven in de wereld van het fatsoen & respect.
  • … zijn voorspelbaar voor kinderen.
  • … zijn zich bewust van hun voorbeeldrol (kinderen doen opvoeders na).
  • … stralen d.m.v. hun lichaamstaal uit wat ze denken.
  • … gaan er van uit dat een leerling goed wil doen; reageren vanuit die verwachting.
  • … blijven in de wereld van het fatsoen…

De leerkracht reageert duidelijk op ongewenst gedrag

De leerkracht…

  • … corrigeert, in eerste instantie, van nabij (als dat kan).
  • … is alert op ‘kleine’ dingen die de rust verstoren.
  • … voorkomt dat hij/zij boos wordt, geeft vriendelijk en duidelijk leiding.
  • … wijst het gedrag af, niet het kind – daar zijn we duidelijk in.
  • … benoemt via de ik-boodschap het gedrag en geeft een duidelijk signaal.
  • … complimenteert een kind wat later als het positief gedrag laat zien.
  • … bedankt een kind als het positief reageert.
  • … benoemt wat hij ziet/hoort, wat het met hem doet, en wat hij wil.

Wat als een kind niet gewenst reageert of in herhaling valt…?

De leerkracht …

  • … spreekt nu de leiderstaal en durft krachtig te zeggen: “Kijk me aan, ga zitten.” (voorbeeld)
  • … begint altijd volgens de norm van het fatsoen.
  • … gebruikt “leiderstaal” als een kind niet reageert na herhaald verzoek.

Blijft een kind volharden in dwars gedrag, dan is er iets raars aan de hand. De leerkracht zegt dan zoiets als: “Ik kom zo bij je terug. Er is iets met je aan de hand.”

  1. Indien het gedrag van het kind dit toelaat, dan gaat de leerkracht verder met de groep.
    Als de groep weer aan het werk is, onderneemt de leerkracht een hernieuwde poging tot contact met het kind.
  2. Indien het gedrag van het kind dit niet toelaat, dan wordt het kind op de time-out kruk gezet (in het klaslokaal).
    Als de groep weer aan het werk is, onderneemt de leerkracht een hernieuwde poging tot contact met het kind.
  3. Het kind blijft volharden. De boodschap aan het kind is nu: “Je mag dit herhalen met je ouders en de directeur erbij.”

 

Een uitgebreide beschrijving vindt u op de downloadpagina.

Zo werkt het!